Nieuws

2005     2006     2007     2008     2009     2010     2011     2012     2013     2014     2015     2016     2017    


Expositie picturaal werk Louis Paul Boon

2006-03-10 00:00:00

Sinds 1 oktober 2006 is de vereniging Flemish Nudes opgestart. Bedoeling is kunstliefhebbers & kunstenaars verenigen en in het daglicht te stellen om universele thema’s over de vrouw naar voor te brengen. Van 10 maart tot 14 mei 2006 wordt een nooit geziene selectie van het plastisch oeuvre van Louis Paul Boon getoond binnen de muren van Nudes Gallery, Ajuinlei 12 Gent

Meer informatie op www.flemishnudes.com




Coureurspoëzie

2006-04-06 15:51:20

Als Boon affiniteit gehad heeft met het fietsrennen, heeft hij daar weinig uiting aan gegeven. Willie Verhegghe echter, een bekend lid van het genootschap en dichter die herhaaldelijk een poëtische hommage bracht aan Louis en Jeanneke en zijn renommee gedeeltelijk dankt aan zijn poëzie over de heroïek van het koersen des te meer. Daarom hier mededeling van het feit dat er sinds 23 maart in Geraardsbergen een poëzieroute met wielergedichten van Willie is geopend die loopt vanaf de Markt in het centrum naar de top van de gevreesde Muur. U kunt wandelen maar, voor de fanaten, wandelen met de fiets aan de hand kan ook.




Leden enquête

2006-04-10 00:00:00

Het digitale formulier voor het ledenonderzoek van het Louis Paul Boon Genootschap is via deze link bereikbaar. Het Louis Paul Boon Genootschap is voor en van de leden.
Het bestuur vindt het daarom belangrijk te weten hoe tevreden de leden zijn over de activiteiten van het bestuur en de redactie van Boelvaar Poef. Maar dat niet alleen. Het bestuur is ook benieuwd naar nieuwe ideeën van uw kant om het genootschap bruisend te houden, en om het contact met de leden te onderhouden en te versterken. Om die reden is er ook een vraag opgenomen naar uw behoefte om een concrete bijdrage te leveren aan de bezigheden van het genootschap.

Graag daarom enkele minuten uw aandacht voor de digitale vragenlijst. U kunt deze lijst anoniem invullen, maar als u uw naam en e-mailadres (voor postdoeleinden) wilt achterlaten, is dat ook heel mooi. Dat geldt zeker als u wilt dat we contact met u opnemen.Deze vragenlijst is ook verstuurd naar alle leden. Uiteraard berichten we u over de resultaten.

Graag ontvangen we deze vragenlijst uiterlijk 1 mei.

Bij voorbaat hartelijk dank voor uw medewerking.

André Dumont, voorzitter Louis Paul Boon Genootschap




Deel 4 Verzameld Werk verschenen

2006-04-28 20:27:40

Op 28 april is in Brussel het vierde deel gespresenteerd van het Verzameld werk van Louis Paul Boon. Lees ook de recensie van 8Weekly.

 

De nieuwe in paperback bevat:

  • Mijn kleine oorlog
  • De atoombom en het mannetje met den bolhoed

172 bladzijden ISBN: 90 295 6389 3
Normale prijs: € 12.50
Uitgeverij: De Arbeiderspers

 




Nieuwe roman Kamiel Vanhole

2006-05-10 15:34:19

Bea, is de naam van de nieuwste roman van Kamiel Vanhole. Het decor voor dit “verhaal over verlangen en gemis” wordt gevormd door het huidige Brussel. Kamiel Vanhole (1954) debuteerde in 1990 met Een demon in Brussel, een reisverhalenbundel die zich grotendeels in het exotische koninkrijk België afspeelt. Over

Vanhole als reisschrijver schreef Paul Theroux: ‘Ik raak ervan overtuigd dat hij waarschijnlijk een fantastische reiziger is wanneer hij me vertelt dat hij niet kan autorijden.’ Hierna publiceerde hij onder meer drie romans, en schreef verscheidene theaterstukken.




Architect-dichter Albert Bontridder

2006-05-12 08:56:16

Architect-dichter Albert Bontridder maakte ontwerpen voor de woningen van Marc Wauters en Louis Paul Boon. Die laatste geloofde niet in het concept van Bontridder. "Hij wou gewoon een kotje in een groene zone neerzetten. Maar omdat dat eerst niet lukte, gaf hij mij de verantwoordelijkheid. Ten slotte heeft hij mijn ontwerp toch gebouwd, zonder vergunning, en er nog koterijen aan toegevoegd", aldus Bontridder. Lees het interview met Bontridder in Brussel Nieuws




Bert Vanheste: 'Nijmegen 2e Boonstad, na Aalst'

2006-05-13 19:51:18

De Vlaamse Nijmegenaar Bert Vanheste noemt het geen toeval dat zoveel Vlaamse kunstenaar hebben bijgedragen tot de schoonheid van de stad Nijmegen. Op zaterdag 13 mei presenteerde hij voor de leden zijn nieuwste boek Een beeld van een stad. Vlaamse wandeling door Nijmegen.

De Vlaamse beeldhouwers maakten de prominente beelden zoals dat van Canisius en van Keizer Karel (de Grote). De Antwerpse beeldhouwer Albert Termote maakte volgens Vanheste een beeld dat een en al kracht en beweging, een paard met een penis en balzak met enorme, Germaanse oerkracht die door Karel in bedwang worden gehouden. Jammer dat het beeld iets verscholen ligt in het groen op het gelijknamige plein.

Dan zijn er ook nog de Nijmeegse parken van Lieven Rosseels, met als hoogtepunt door Frank Boeyen (geen Vlaming) bezongen Kronenburgerpark en de Vlaamse tapijten en schilderingen. En natuurlijk ontbreekt Louis Paul Boon niet. Van hem prijkt een citaat op een nieuw opgerichte godenpijler, zonnewijzer tevens, die, onder een hoek van 75 graden en 10 meter hoogte, op het plein voor het Valkhofmuseum. De tekst luidt: ‘Is Nijmegen spookachtig in den nacht, overdag is het iets waar men wel zou kunnen om weenen, dat gansche huizenblokken weg zijn is nog niet het droefste gezicht, men kan zich toch niet meer voorstellen hoe het er geweest heeft, maar het pijnlijkst zijn de geschonden wijken waar alles nog doodelijk verminkt overeind staat. Een stukje gordijn wappert aan een losgerukt raam en een bed steekt met het voeteneind een beetje boven het steengruis uit.’

Op de muur tegenover het Vlaams Arsenaal komt ook nog een tekst van Boon: ‘We stappen door de nachtelijk verwoeste stad, op zoek naar Marieken. Het Marieken waar wij onderdak vinden, is een beetje door haar beste jaren heen. Nóg heeft ze prachtige ogen, maar de lippen zijn al wat verslenst. Haar handen beven. O Marieken van Nijmegen.’

De presentatie van Bert Vanheste werd een boeiend hoorcollege en zijn boeiende wandeling brengt je op mooie plekken in de Waalstad. Het einde van de wandeling is de terechte trots van Vanheste, het Vlaams Arsenaal, in hartje Nijmegen. Dat is de een blijvende plek voor alle het goede van Vlaanderen voor de meester noordelijke stad van het zuiden. Het Vlaamse project van Vanheste is nog niet voltooid. Hij maakte zaterdag bekend dat hij Nijmegen in 2010 niet alleen culturele hoofdstad wil laten zijn van de Nederlanden: “Nijmegen is de tweede Boonstad, na Aalst.”

Bert Vanheste Een beeld van een stad. Vlaamse wandeling door Nijmegen. Uitgeverij VanTilt 2006 ISBN 90 77503579 €9,95




Willem M. Roggeman voorzitter Louis Paul Boon Genootschap

2006-05-13 19:56:59

Tijdens de algemene ledenvergadering werd de Vlaamse dichter Willem M. Roggeman verkozen tot voorzitter van het Boon Genootschap. Hij volgt André Dumont op, die vijf jaar voorzitter was en nu als secretaris in het bestuur blijft. Wim Dijkstra werd gekozen tot ondervoorzitter voor Nederland. Hij neemt de plaats in van Noud Cornelissen.

 

Willem M. Roggeman werd geboren in Brussel zou hij van 1959 tot 1981 werkzaam zijn als journalist bij “Het Laatste Nieuws”. Hij schreef er talloze kritieken over literatuur en beeldende kunsten.

Van 1981 tot 1994 was hij adjunct-directeur en later directeur van het Vlaams Cultureel Centrum de Brakke Grond in Amsterdam.

Als literator is hij vooral bekend als dichter, maar hij schreef ook drie romans, verhalen en eenakters, zes bundels met interviews onder de titel “Beroepsgeheim”, essays over schrijvers en beeldende kunstenaars.

Hij was redacteur van het tijdschrift “De Vlaamse Gids” van 1970 tot 1994 en van het tijdschrift “Kentering”, dat werd uitgegeven door Nijgh en Van Ditmar in Den Haag van 1966 tot 1976. Hij schreef ook in gespecialiseerde kunsttijdschriften, zoals “Kunstbeeld” in Amsterdam en “Kunst en Cultuur”, het blad van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel.

Zijn meest recente dichtbundels verschenen bij de uitgeverij P in Leuven, nl. “Geschiedenis” (1998), “Het failliet van het realisme” (1999), “De tijd hapert in de spiegel” (2000) met een inleiding door Geert van Istendael, “Geschiedenis II” (2002) en “Het nut van de poëzie” (2003). Deze laatste bundel werd geïllustreerd door Fred Bervoets, de laureaat van de Louis Paul Boonprijs in 2004. Roggeman mocht zelf nog in 1975 deze prijs uit de handen van Louis Paul Boon ontvangen.




Geertrui Daem krijgt Louis Paul Boonprijs

2006-06-21 23:43:18

Schrijfster, actrice en plastisch kunstenares Geertrui Daem uit Ledeberg is de laureaat van de Louis Paul Boonprijs 2006 van HAM (Honest Arts Movement). Haar recente roman "Olympia" overtuigde de jury om haar kwaliteiten in de verf te zetten.

Geertrui Daem (Aalst, 29/4/1952) debuteerde in 1992 als schrijfster. Maar ze tekent en schildert ook, beeldhouwt, acteert en regisseert. Haar multitalent wordt alom onderkend en vaak wordt ze omschreven als een opvolger van Louis Paul Boon. Haar magnum opus "Olympia", een familiekroniek over generaties beenhouwers, getuigt in een toegankelijke taal van een grote voeling met volkse personages en streekeigen ervaringen.

Officieel wordt de Boonprijs overhandigd op een nog later te bepalen datum, vermoedelijk tijdens de Gentse Feesten als HAM een tentoonstelling van 11 fotografen en 11 dichters organiseert in Hof van Ryhove én een expositie van grafiek van Knut Kersse in café Den Turk.




Blog aan Beatrix

2006-06-29 22:13:59

Hoe komt het dan dat zoveel Vlaamse schrijvers, van Guido Gezelle tot Louis Paul Boon, eerst in Nederland moesten ontdekt worden? En heeft niet 95 procent van de Vlaamse schrijvers die er toe doen tot op de dag van vandaag een Nederlandse uitgever? Walter van den Broeck schreef zijn Brief aan Boudewijn. Piet Piryns zorgde voor een eigentijds vervolg. Hij schreef geen brief, maar een blog aan Beatrix, die onlangs een bezoek bracht aan buurman Albert. Lees verder op de Knack-site: Brief aan Beatrix - door Piet Piryns




Louis Paul Boon-opstelwedstrijd

2006-07-01 10:07:18

Zeno Van Duppen uit Turnhout heeft de Louis Paul Boon-opstelwedstrijd van de stad Aalst gewonnen. Hij studeert aan het Koninklijk Atheneum in Turnhout. In zijn opstel, dat de vorm van een brief aan Louis Paul Boon heeft, moest hij “een hedendaags zicht brengen op de werken Het nieuwe onkruid en Als het onkruid bloeit van de Aalsterse schrijver. ” De jury was bol lof over vorm en inhoud.

Uit het juryrapport: “Zeno blijft Boon direct aanspreken. Hij hanteert hiervoor consequent de briefvorm. Hij houdt dat idee het hele opstel door vol. Ook in de stijl weet hij Boon goed te benaderen.” De kloof met de andere inzendingen was zo groot dat de jury besloot geen tweede en derde prijs uit te reiken.


Hieronder leest u het bekroonde opstel van Zeno Van Duppen.

“Dag Louis Paul Boon,

gij kent mij waarschijnlijk niet meer, misschien als ge mij terug zoudt zien. Ge zijt mij wel eens tegengekomen in een van uw straten, in het midden van de nacht, tussen alle jongens en meisjes die daar tegen elkaar aan stonden te schuren en te drinken en weet ik wat nog allemaal. Zijt ge mij en die straat vergeten? Hebt ge mij niet gezien, bij de kom goudvissen die omrolde, weet ge dat niet meer? En toen ge daar zat te schrijven, aan uw zolderraam waar ge de zakkende zon zo schoon had kunnen zien, met johan janssens en wie waren er nog allemaal? Ik was daar ook. Weet ge dat niet meer, Boontje? Ik mag u nu toch Boontje noemen?

Want ge hebt me u met zoveel verschillende namen doen aanspreken, dat het verwarrend wordt:
Het schrijverke, die schrijver die een belangrijke prijs uit het noorden ging krijgen, maar nooit kreeg; Meneerke Boin, die verlangde en verlangde maar niets kreeg dan wat hij al had; Boon, de socialist en anarchist en wat dan altijd volgt, de dronkenman die op het einde van zijn dagen nog als een moderne christus gebruikt werd voor de juiste verkiezingsfoto, tussen die twee met hun ruiten plastrons, maar ge waart vergeten dat ruiten altijd om schoppen vragen; Louis Paul Boon, een soldaat die niet weende maar vloekte en zijn liedjes zong over zijnen oorlog; Louis, gelijk er zovelen zijn, die om kolen moest en niet wist of hij moest lachen of huilen toen hij buitenkwam en die niet durfde kijken naar dat meisje dat kwam kuisen; en Boontje, die wel naar de meisjes durfde kijken en die wilde verlangen dat hij jong was en vrij was.
Gij zijt er zo velen. En ik ben altijd dezelfde geweest. Maar ik heb het nu tegen ieder van u.

Gij hadt mij toch wel eens kunnen herkennen? Vriendelijk goeiendag zeggen misschien. Ge waart altijd zo druk bezig. Maar soms verscheen er een glimlach op mijn gezicht omdat ik merkte dat gij wist dat ik bij u was, en omdat gij mij dan tussendoor uw gedacht vertelde, wat ge echt wilde en waarom ge echt schreef. Dan was het alsof ik u las, Boontje, alsof ik u was.
Dan was ik ook een bedriegerke.

En het is nu zoveel jaren later, en ik loop door een straat, zoals die nu zijn, niet die van toen. En er is geen kat op straat behalve de regen, en ik denk aan uw boeken en hoe de regen ook altijd in uw boeken valt, en ik denk aan de foto die ik ergens zag van u met uw grijs gezicht en uw opgestoken grijze kraag en uw sigaret in een grijze straat waar het ook regent, die foto waar ge glimlacht of grijnst, en ik vraag mij af waarom. Ach, Boontje, gij grijnst zo vaak en niemand weet waarom.
En terwijl ik daar loop en mijn gezicht nat wordt zie ik u daar lopen. En ik denk nog: verdomme, wat loopt die hier in de regen te doen, en het eerste wat gij vraagt als ge mij ziet is; godverdomme, jonge, wat loopt gij hier in de regen te doen?

Wij zetten ons gelijk twee bedriegerkes tegen de lange rode muur om te schuilen, aan de kant waar de regen niet valt, gij met uw sigaret en ik met mijn mond vol tanden. Want ik heb mezelf gezworen dat de volgende keer dat ik u tegenkom, ik u alles vraag wat ik wil weten, en nu sta ik gewoon voor mij uit te kijken naar twee grote schouwen in de mist, en ik weet niks.
Maar gij begint zelf, gij mompelt dat alles veranderd is.
En ik moet lachen, grijnzen gelijk gij, Boontje, en ik zeg dat er niks veranderd is.

Gij zoudt u nu, hier naast mij tegen de muur, nog altijd voelen gelijk de eerste keer. Alsof ge moest kotsen, alsof het zuur uit uw maag uw keel verbrandt, zo’n walg van alles.
Ge zoudt denken: ik schrijf een boek. En ge doet dat en eenmaal uw boek geschreven schrijft ge er nog een, en nog een, en ge blijft maar schrijven. En op een keer zit ge weer alleen met uw kop gebogen nog een boek te schrijven, een over een of andere mens of een of ander verhaal en ge denkt: godverdomme, waarom haalt niets iets uit, al stampt ge en schopt ge in het rond, ge raakt niets dan hier en daar misschien een geweten. Maar wat kunt ge daar mee aanvangen?
En zoveel jaar later zoudt gij u dat nog steeds afvragen. Waarom verandert er nooit iets?
Maar gij weet dat zo’n vragen voor zo’n mensen zijn en niet voor u. Gij moet u niks afvragen. Gij moet verhalen zoeken en vinden. Gij zijt schrijver, gij moet noteren, elke schok en elke rilling registreren. Gelijk een modern apparaat. En ik zeg u dat, gelijk gij u dat zelf al zo vaak hebt gezegd, en ge grijnst, en ik weet eindelijk waarom, want nu pas, nu ik u dat zeg dringt het tot u door dat zelfs de schrijver een machientje is geworden, en schrijven een mechaniekske.

En dat groepje van vroeger, van lang lang geleden, en de dagen waarin gij met zijn allen naakt kampeerde, om over de wereldproblemen te discussiëren en misschien eens aan elkaar te mogen prutsen. En dat schip dat gij zoudt sturen en de massa’s die gij zoudt leiden en alle pijn die gij daarvoor moest lijden. En de kinderen die alles zouden bereiken waar gij niet in geslaagd waart en die kinderen die dat niet konden en zeker niet wilden. Die kinderen die alleen maar met moderne dingen bezig waren, die gij ook wel hadt willen doen, ooit lang geleden, maar die gij nu niet meer wilde én niet meer mocht.
En al de bloemen die vergingen en al dat onkruid dat maar bleef bestaan, en elke keer weer opnieuw opschoot. En dat meneerke met zijn boek vol onkruid, dat speciaal naar buiten ging om naar zijn onkruid te kijken.
En dat schrijverke met zijn boek dat velen hadden gelezen en velen ook niet en waar alleman over praatte want dat was zo modern, en die schrijver die trots was én zichzelf beklaagde omdat hij nu een van hen was, van nu, en niet meer een van hen, van vroeger.
En hoe zijn vrouw alles maar liet gebeuren, omdat ze hem vertrouwde. En hoe ze alles maar liet gebeuren, omdat ze wist dat het tevergeefs was.
En die ogenblikken, ook lang geleden, waarop uw zoon met het sportwagentje in de gracht was gereden, met een meisje erin, dat kind dat in dat ziekenhuis lag, terwijl gij u dan maar zat af te vragen of ge dat arm ding zoudt bezoeken, want het was uw auto en uw zoon. En als ge dan in de auto van meneer Derek zat om naar het ziekenhuis te gaan keerde uw maag zich om en uw oren stopten zichzelf dicht om maar niet te moeten luisteren, en dan stond langs de weg klein kruiskruid dat zo klein is maar toch tussen alle bloemekes opvalt en gij betrapt u er zelf op dat ge in al die ellende nog eens tevreden zijt, en glimlacht.
En die meisjes die… enzovoort enzovoort…
Dat is allemaal verdwenen.

Ge kunt nog zo lang verdergaan. Maar wat heeft dat alles voor zin? Ge zoudt er alleen maar triestig van worden. En dat is niet de bedoeling, daar hebt ge al tijd en gelegenheid genoeg voor gehad.
Maar ge ziet, nu, naast mij dat ik gelijk heb, dat gij gelijk hadt in uw boeken.
Er is niks veranderd. Er is alleen een nieuwe bemanning, nieuwe passagiers, nieuwe verhalen, op het zinkende schip.

Ge vertelt mij over een van uw boeken. Van lang geleden. Toen wat gij hadt geschreven nog nieuw was, en waar was. Over jonge mensen. Mensen die ik alleen ken van naam, ge hebt het er al eens over gehad. Koos, Wim, Greetje, Symfonie en Ida, of Betty en Arletta en hoe ge ze maar noemen wilt. En over oude mensen, over versleten stuurlieden, Derek en Boin, die geen van beiden erg veel moeite deden, behalve voor zichzelf. En Els, die alle moed verloren was en ook niet veel meer wilde aanvangen met de wereld. Want wie wil aan het stuur staan van zo’n schip?

En wij praten verder tegen die lange rode muur in dat druilerige weer. Als twee bedriegers die geheime plannen smeden, met onze kraag opgestoken, en naar elkaar gebogen. En ge zoudt zweren dat die twee daar bezig zijn over iets wat de wereld niet mag weten, en die twee hebben zelf ook dat gevoel. Alsof wij alle rest verraden. En gij zijt de eerste die dat denkt, en ge zegt het. Dat gij meer en erger dan een bedriegerke zijt. Dat gij u uitgeeft voor schrijver en ondertussen onbeschaamd in alle gaatjes prutst van alle mensen. En al het vuil en vies dat aan uw vingers hangt smeert gij over verschillende bladzijden uit. En ge laat iedereen dat zien, gij laat alles zien en ruiken en lezen. Alles wat ze verbergen. Dat haalt gij zomaar overhoop.
En ik zeg dan maar dat iedereen zijn pleziertje toch moet hebben. Derek zijn kleine meisjes, Els haar ideaal, Koos de jongens, Greetje alle mannen,… En gij het uwe.
Maar wat kan ik daar op zeggen. Ik ben het die altijd op de eerste rij staat te kijken als gij weer peutert in alle gaatjes. En ik schaam me omdat ik besef dat al dat vies en vuil ook het uwe kan zijn, en ook het mijne.

Boontje, ik had u wél willen troosten. Maar hoe?
Want gij wist dat gij een bedriegerke waart, en ge wist dat van al de rest. En toch meende iedereen dat ze eerlijk waren, zelfs gij. En als ze spraken en spreken over u, dan hebben ze over de enige eerlijke schrijver. Maar gij en ik weten beter. Niemand is eerlijk. Maar dat mag u toch zo’n pijn niet doen. De wereld is misschien voor uw ogen vervallen tot één grote leugen, maar dat is toch enkel omdat gij ze zelf steeds hebt geloofd, want als we echt eerlijk zijn: is ze dat ooit niet geweest?
Is u dat pas opgevallen, zoveel jaar later, nadat gij zelf meermaals door haar bedrogen zijt? Toen gij oud waart en niet al te veel meer wilde veranderen. Toen gij niet meer hoorde tot diegenen die willen schoppen en willen hopen. Gij die u liet bedriegen, en belagen met listen en leugens, en daaraan kapot zoudt gaan, omdat ge het zelf niet meer zoudt kunnen, als ge het eenmaal door hadt.
En werd het u pas echt duidelijk toen ge gezien hadt hoe de jeugd van vandaag die van toen niet meer was? Dat die van vandaag genoegen neemt met schijngeluk. Met pillen en dromen over roze olifanten en witte gaten. Terwijl die van toen… Die van toen die net als gij alles zoudt veranderen… Die van toen die brulde en schopte… Dat die uiteindelijk ook al gelukkig was met dromen, met een schijntoekomst, en schijngeluk… En die van nu, nu ik dit schrijf, waar is die gelukkig mee?
Toen pas had gij ze door.

Dus Louis Paul Boon,
ik wilde het over uw boek hebben. Over “Het nieuwe onkruid” en over “Als het onkruid bloeit”, maar het is er niet echt van gekomen. Wat moest er nog besproken worden? Gij hebt alles gezegd en ik luisterde. Over het onkruid en de jeugd, over hier en daar een bloem. Over onkruid dat niet vergaat. Het doet u nu nog steeds pijn, misschien, maar ge ziet: alles is hetzelfde gebleven. Er is niets dan onkruid.
Tot in één van uw straten, tot in een van uw huizen, tot in een van uw verhalen.

Ik wilde u nog een ding zeggen, maar het lukte toen niet, die keer aan de lange rode muur, in het druilerige weer waar wij geheime bedriegerkes waren.
Ik weet nu wat ik u wilde zeggen: Er is maar één troost voor mensen als gij, echte schrijvers:
In den beginne was het Woord,
en daar zal alles mee eindigen.
Ik vraag u alleen: Is dat wel genoeg?

Uw vriend,
Zeno”

 




Lanoye over Boon in Utrecht

2006-09-27 23:16:36

Tom Lanoye houdt op woensdag 27 september in Utrecht een lezing over Louis Paul Boon.  

In een serie van acht lezingen vertellen Nederlandse schrijvers van nu over het leven en werk van hun favoriete auteurs uit de twintigste eeuw. Zo ontstaat een overzicht van de belangrijkste romanciers uit de wereldliteratuur van de laatste honderd jaar, en bieden hedendaagse schrijvers tegelijk een kijkje in eigen keuken

De geschiedenis van de roman in de twintigste eeuw

Lezen schrijvers ook boeken? Laten zij zich inspireren door het werk van hun lievelingsauteurs, of werkt het lezen van andermans boeken juist remmend? Kunnen schrijvers zich ontspannen met een boek van een collega, of lezen zij altijd met de kritische blik waaraan zij ook hun eigen werk onderwerpen?

Programma

De andere sprekers zijn:

 

Woensdag 20 september 2006
Margriet de Moor over Robert Musil

 

Woensdag 4 oktober
Allard Schröder over Bruno Schulz

 

Woensdag 11 oktober
Jeroen Brouwers over W.F. Hermans

Woensdag 18 oktober Faoud Laroui over Jean-Paul Sartre

 

Woensdag 25 oktober

Joost Zwagerman over John Updike en Philip Roth

Woensdag 1 november
Kristien Hemmerechts over Margaret Atwood

 

Woensdag 8 november
Marjolein Februari over Virginia Woolf

 

Plaats: Senaatszaal van het Academiegebouw, Domplein, Utrecht
Tijd: 20.00 - 21.30 uur
Gratis en vrij toegankelijk




Jo Verbrugghen overleden

2006-10-01 23:36:50

De Vlaamse dichter, romanschrijver en vroeger bestuurslid van ons Genootschap, Jo Verbrugghen is op donderdag 21 september 2006 in zijn woning in de Waalse gemeente Houffalize overleden. Hij werd 75 jaar.

Jo Verbrugghen werd op 10 januari 1931 in Gent geboren. In de jaren 1955 en 1956 leidde hij samen met John Bultinck de redactie van het Gentse literaire tijdschrift “Cyanuur”. Hij gaf alleen een tweede serie van dit tijdschrift uit in de jaren 1961 tot 1967.

Later werkte Jo Verbrugghen als notaris in Sint-Lievens-Houtem, bij Aalst. Hij was toen ook nauw betrokken bij het culturele leven in Aalst en publiceerde in 1975 twee bloemlezingen: “Hedendaagse schrijvers in en om het land van Aalst” en “Hedendaagse beeldende kusntenaars in en om het land van Aalst”.

In de jaren zeventig was hij onder-voorzitter van het Louis Paul Boon Genootschap en redactielid van het Jaarboek, dat van 1983 tot 1988 werd uitgegeven.

Jo Verbrugghen publiceerde talrijke dichtbundels, waaronder “Spijkerbloemen voor Israel” (1959) en “De boom Yggdrasil” (1963). Zijn roman “Ik ben Judas Iskariot” (1960) kreeg positieve kritieken, o.m. van Jan Walravens. Deze roman werd trouwens in 1961 bekroond met de Prijs voor Letterkunde van de stad Gent.

Benevens zijn literair werk was Jo Verbrugghen ook actief als kunstcriticus en publiceerde hij verscheidene studies over beeldende kunstenaars, zoals “Aubin Pasque” (1970), “Camille D’Havé” (1971), “H.V. Wolvens” (1971) en “René Magritte” (1974).




Boon in de serie Oerboeken

2006-10-10 21:53:06

Op donderdag 19 oktober organiseert het Letterkundig Museum een symposium over het ‘Oerboek’. Oerboeken, vaak op jeugdige leeftijd geschreven, hebben de schrijver niet zelden tot nieuw werk geïnspireerd. Daarmee is het oerboek van de schrijver in een aantal gevallen de sleutel tot zijn latere werk.

Nelleke Noordervliet, Annette Portegies, Paul van Capelleveen, Hugo Bousset, Arjan Peters, Marita Mathijsen en A.F.Th. van der Heijden laten hun licht schijnen over dit fenomeen. Daarnaast ontvangt Jeroen Brouwers van Robbert Dijkgraaf het eerste exemplaar van de uitgave In het midden van de reis door mijn leven, dat een tekst met aanzetten, invallen en overpeinzingen, en de uiteindelijke publicatie Exelse Testamenten bevat. Met deze uitgave begint bij uitgeverij Atlas een nieuwe reeks Oerboeken, waarin oorspronkelijke manuscripten zullen verschijnen van onder anderen Cees Nooteboom, Louis Paul Boon, S. Vestdijk en A.F.Th. van der Heijden.

Entree: €25,-, Vrienden LM en studenten: €15,- Reserveren noodzakelijk: 070-3339666 of e-mail.




Week van de smaak in Aalst

2006-10-28 23:51:22

Op 23/11/06, om 20 uur heeft in het Stedelijk Museum, Oude Vismarkt 13 te Aalst een literair evenement plaats. Oscar van den Boogaard en Jef Geeraerts laten zich inspireren door Louis Paul Boon en zijn verknochtheid aan de Vlaamse keuken en brengen het resultaat samen in één programma. Ook wordt een kleine tentoonstelling rond Boon en ‘eten op zijn Vlaams’ in de ‘Boonmodule’ van het Stedelijk Museum ingericht. Gratis inkom. Info: 053 73 23 45 of museum@aalst.be .




VLAAMS FRUIT

2006-10-30 23:39:46

In november 2006 is een nieuwe theaterbewerking van Menuet in première, naar de roman van Louis Paul Boon verschenen. Deze productie wordt opgevoerd in Theater Het Klokhuis. Bewerking: Wim Stevens; regie: Catrien Hermans; met Wim Stevens, Celia Bogaert en Katrien Vandendries. Try-out voorstelling op donderdag 23 november 2006 en vrijdag 24 november 2006, telkens om 20.30 uur. Zie voor meer uitgebreide gegevens en speeldata: http://www.vlaamsfruit.be/

Theater Het Klokhuis, Lange Nieuwstraat 81, Antwerpen, tel.: 03 231 71 81.




Album Louis Paul Boon, een leven in beelden

2006-10-30 23:43:58

Een uniek autobiografisch document is verschenen bij Uitgeverij Meulenhoff/Manteau in het najaar van 2006: Album Louis Paul Boon, een leven in beelden. Dit album zal de mens achter de mythe tonen. Het werk bevat hopen foto’s die door Louis reeds verzameld werden om er ooit eens iets mee te doen… Gegevens: paperback; ca. 300 blz.; 17 X 24 cm; € 24.95; ISBN: 10 90 8542 075 x.




BOON, PRIESTER DAENS EN CHIPKA

2006-10-30 23:47:26

In 2007 zal het 100 jaar geleden zijn dat de Aalsterse priester Adolf Daens overleed. Knack (13/09/06) wijdt twee bladzijden aan Boon, Daens en het eiland Chipka. Dit eiland ontstond circa 1860, toen de Dender werd rechtgetrokken om aan de noden van de industrie te voldoen. Weldra werden fabrieken gebouwd die vieze, zwarte rookpluimen uitstouwden en werd het eiland vol gebouwd met arbeidershuisjes zonder enige vorm van comfort. Er werd zes dagen op zeven gewerkt en twaalf uur per dag. Alcoholisme, werkloosheid en kinderarbeid vierden hoogtij. De gebroeders Pieter en Adolf Daens besloten iets aan de miserie te doen, maar ze werden beiden enorm tegengewerkt. Adolf Daens werd door de Gentse bisschop Antoine Stillemans geschorst. In 1971 rolde Boons Pieter Daens van de persen. Boon liet in zijn werk Pieter Daens aan het woord om het werk een meer kritisch accent te geven. Ook Boon moest opboksen tegen de katholieken in het algemeen en tegen de clerus in het bijzonder en dit in de jaren veertig en vijftig.




DAENSMODULE IN STEDELIJK MUSEUM

2006-10-30 23:55:52

In september 2006 is de vernieuwde opstelling geopend van de ‘Daensmodule’ in het Stedelijk Museum te Aalst. Deze zaal is gewijd aan priester Daens en de sociale geschiedenis van Aalst. Dit is geen tentoonstelling voor ‘Daenskenners’, maar eerder een poging om de leek aan te spreken. Deze Daensmodule is een ‘work in progress’: aan de hand van verder onderzoek, maar ook via de reacties van de bezoekers wordt hier permanent aan verder gebouwd. Bewegend beeld en (vooral) links naar de hedendaagse samenleving zullen aangebracht worden. Tijdens het Daensjaar 2007 organiseert het Stedelijk Museum Aalst in samenwerking met het Documentatiecentrum en Archief voor Daensisme en Hedendaagse Geschiedenis van de Denderstreek nog twee tentoonstellingen: ‘Rondom het sterfbed van priester Daens’ en ‘Kinderarbeid, kansarmoede’. Ook wordt een mooie geïllustreerde ‘Daenswandeling’ georganiseerd: ‘Aalst in de voetsporen van Daens’. Meer info: 053 73 23 45 of de websites museum@aalst.be of http://www.daensjaar.be/




Studio 100 maakt musical over Daens

2006-12-07 23:55:17

Studio 100 maakt musical over Daens donderdag 30 november 2006 Priester Daens, die het in de negentiende eeuw opnam voor de arbeiders, is op 14 juni 2007 honderd jaar dood. Aalst heeft 2007 daarom uitgeroepen tot Daensjaar. Het opvallendste evenement, een musical van Studio 100, gaat echter pas in oktober 2008 in première. Daens werd in 1993 beroemd dankzij de gelijknamige film van Stijn Coninx, die was gebaseerd op het boek van de Aalstse schrijver Louis Paul Boon.

,,Daens staat symbool voor de bescherming van de onderdrukte arbeider. In die zin en in die optiek wordt uiteraard de link gelegd met Volkswagen Vorst'', zegt Stijn Coninx.

,,Maar Daens heeft ook te maken met de internationale economische toestand. China is aan een stevige economische opmars bezig, India ook. Dat kan onder meer omdat er grote misbruiken bestaan rond kinderarbeid. India lijkt al helemaal op het Daens-thema want daar situeren de misbruiken in de textielindustrie. Het wordt hoog tijd dat in die landen ook eens een figuur als Daens opstaat.'' (DSO)




Op oorlogspad in Etterbeek

2006-12-18 09:25:17

De Louis Paul Boonkring organiseert in 2007 In st(r)aat van oorlog/Sentiers de guerres, een multidisciplinair project rond het universele thema van oorlog en vrede. Mijn kleine oorlog van Louis Paul Boon zal integraal in de Etterbeekse kazernes worden voorgelezen in verschillende talen, maar het is ook de bedoeling om zoveel mogelijk Etterbekenaren bij het project te betrekken.

 

Daarom lanceert de kring een oproep aan vrijwillige studenten of andere personen die bereid zijn onderzoekswerk te verrichten over de oorlog (en de vrede) in Etterbeek, om interviews af te nemen van de huidige bewoners en oud-bewoners van de kazernes. Met het bijeengesprokkelde materiaal wordt dan een tentoonstelling samengesteld die in een van de kazernes zal worden georganiseerd.

Wie interesse heeft, kan contact opnemen met Anna Padrosa van de dienst Nederlandstalige Cultuur van de gemeente op het nummer 02-627.23.05 of rechtstreeks met de Louis Paul Boonkring, of via de website. (bron: http://www.brusselnieuws.be/)